Nietig oordeel Kamer voor het Notariaat na onbevoegdheid inspecteurs (Dutch)

Dentons
Contact

Dentons

Uit onderzoek van het Financieel Dagblad blijkt dat in de afgelopen jaren onbevoegde ambtenaren van de Belastingdienst zitting hebben genomen in de Kamer voor het Notariaat. Bij notariële tuchtzaken wordt een oordeel gevestigd door twee rechters, twee notarissen en één belastinginspecteur. Door reorganisaties bij de Belastingdienst zijn voorheen bevoegde inspecteurs op andere afdelingen komen te werken met als gevolg dat zij niet langer bevoegd waren om zitting te nemen in de Kamer voor het Notariaat. In de afgelopen jaren zijn op deze manier 256 tuchtuitspraken gewezen die nu mogelijk nietig blijken te zijn. In één van die zaken is een notaris – die door de Kamer voor het Notariaat uit zijn ambt was ontzet – in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak van de Kamer voor het Notariaat met het standpunt dat de uitspraak rechtskracht mist als gevolg van de onbevoegdheid van de belastinginspecteur.

In haar uitspraak in hoger beroep van 30 mei 2017 heeft het Hof Amsterdam het volgende overwogen. Het Hof stelt vast dat één van de leden van de Kamer voor het Notariaat onbevoegd was en niet voldeed aan de criteria die de Wet op het notarisambt en de Algemene wet inzake rijksbelastingen stellen aan een bevoegd inspecteur. De Wet op het notarisambt verbindt aan deze onbevoegdheid de consequentie dat deze inspecteur het lidmaatschap van de Kamer voor het Notariaat verliest. Het Hof concludeert dan ook dat de beslissing van de Kamer voor het Notariaat mede is genomen door een onbevoegd lid.

Vervolgens geeft het Hof aan dat dit enerzijds betekent dat de uitspraak van de Kamer voor het Notariaat aldus nietig is, maar anderzijds niet leidt tot non-existentie van de uitspraak. Het tuchtprocesrecht kent een gesloten stelsel van rechtsmiddelen, hetgeen meebrengt dat nietigheid van de beschikking van de Kamer voor het Notariaat uitsluitend kan worden ingeroepen in het kader van een daartegen openstaand rechtsmiddel. Oftewel, slechts in deze hoger beroepsprocedure kan op de nietigheid een beroep worden gedaan. Het Hof vernietigt de beslissing van de Kamer voor het Notariaat en doet de zaak vervolgens zelf af.

De casus die aanleiding gaf voor deze situatie was als volgt. De notaris in kwestie had zeer onzorgvuldig gehandeld. Zo ontbraken in acht notariële akten ofwel de handtekening van één der partijen (gevolmachtigde kantoorgenoten) ofwel zijn eigen handtekening. Daarnaast nam de notaris in meerdere akten de zinsnede op dat zijn medewerker als gevolmachtigde voor hem verscheen, terwijl dat telkens niet het geval was. Bovendien dient een akte onmiddellijk na voorlezing door de notaris door de verschenen personen te worden ondertekend, waarna de notaris onmiddellijk daarna als laatste de akte ondertekent. Nu hier onzekerheid over was ontstaan, was het de vraag of de betreffende akten authenticiteit missen. Vervolgens had de notaris meer dan incidenteel akten verleden buiten zijn vestigingsplaats. Het is een notaris niet toegestaan buiten zijn vestigingsplaats bijkantoren te hebben. De notaris had in 2015 maandelijks meer dan één procent van zijn totaal aan gepasseerde akten buiten zijn eigen vestigingsplaats gepasseerd. Het totaal aan onzorgvuldigheden van de notaris leidde volgens het Hof tot de conclusie dat de notaris voor een periode van drie maanden geschorst diende te worden.

Deze uitspraak van het Hof Amsterdam leert ons dat de 256 tuchtzaken die met een onbevoegd inspecteur zijn gewezen, weliswaar in beginsel nietig zijn, maar niet non-existent. Het gesloten systeem van rechtsmiddelen ziet erop dat beklaagden de onbevoegdheid van de belastinginspecteur tijdens de tuchtzaak (hadden) moeten melden. Dit betekent dat indien de termijn voor het instellen hoger beroep is verlopen, de kans verkeken is om de onbevoegdheid van de belastinginspecteur aan te vechten. Daarnaast verwijst het Hof Amsterdam de zaak niet door naar een andere tuchtkamer, maar doet het de zaak zelf af.

In tegenstelling tot het civiele recht, waarbij drie instanties een zaak beoordelen, kent het tuchtrecht slechts twee instanties. Dit betekent dat beklaagden in een tuchtzaak in theorie ‘een kans minder’ hebben dan beklaagden c.q. gedaagden in een civiele zaak. Gezien het aanzienlijke aantal zaken dat is gewezen door onbevoegde inspecteurs komt, zeker bij ernstige verwijten, en/of in gevallen waarin de betreffende inspecteur al bij zijn of haar benoeming onbevoegd bleek, de vraag op of deze zaken niet overgedaan dienen te worden door een volledig bevoegde kamer of – indien de zaak zich hiervoor leent – door ons hoogste rechtscollege, de Hoge Raad. De notaris heeft het goed recht dat zijn zaak inhoudelijk met de grootst mogelijke zorgvuldigheid wordt behandeld en door de kwestie van de onbevoegde inspecteurs ontstaat hier nu toch twijfel over.


1. Gerechtshof Amsterdam 30 mei 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1928, nr. 200.197.332/01.

DISCLAIMER: Because of the generality of this update, the information provided herein may not be applicable in all situations and should not be acted upon without specific legal advice based on particular situations.

© Dentons | Attorney Advertising

Written by:

Dentons
Contact
more
less

Dentons on:

Reporters on Deadline

"My best business intelligence, in one easy email…"

Your first step to building a free, personalized, morning email brief covering pertinent authors and topics on JD Supra:
*By using the service, you signify your acceptance of JD Supra's Privacy Policy.
Custom Email Digest
- hide
- hide

This website uses cookies to improve user experience, track anonymous site usage, store authorization tokens and permit sharing on social media networks. By continuing to browse this website you accept the use of cookies. Click here to read more about how we use cookies.