Kennis bestuurder/aandeelhouder wordt toegerekend aan vennootschap (Dutch)

Dentons
Contact

Dentons

Recent is een uitspraak van de Rechtbank Gelderland gepubliceerd waarin wordt ingegaan op het onrechtmatig handelen van een vennootschap bij het verstrekken van een recht van hypotheek voor zekerheid van een geldschuld van haar bestuurder.

Bestuurder X is enig aandeelhouder en enig bestuurder van een besloten vennootschap (de BV). De BV heeft (nagenoeg) geen andere vermogensbestanddelen dan een landgoed. X heeft in 2004 ten behoeve van een bank een pandrecht verleend op zijn aandelen in de BV, in verband met een door de bank verstrekt krediet van €2 miljoen. Omdat de statuten van de BV destijds niet toestonden zekerheid te verschaffen voor schulden van derden, is toen geen hypotheekrecht gevestigd op het landgoed (maar een pandrecht op de aandelen).

In 2012 heeft X bij een derde partij (particulier) een nieuwe lening afgesloten van €2.5 miljoen. Tot zekerheid voor de terugbetaling van de lening heeft de BV een hypotheekrecht gevestigd op het landgoed. Enkele dagen vóór de hypotheekvestiging zijn de statuten van de BV gewijzigd zodat hypotheekvestiging voor de schuld van X – aldus een derdenhypotheek – mogelijk werd. De bank (met het pandrecht op de aandelen) komt daar later achter en stelt dat de BV onrechtmatig heeft gehandeld met de hypotheekvestiging op het landgoed omdat het pandrecht op de aandelen nu minder zekerheid biedt. De bank eist de lening op omdat zij stelt dat de geldlener tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de kredietovereenkomst; in die overeenkomst was onder meer opgenomen dat X niet zonder toestemming van de bank de statuten van de BV mocht wijzigingen en ook dat X geen handelingen mocht verrichten die de waarde van het onderpand in gevaar kon brengen. De schuld aan de bank bedraagt inmiddels (inclusief rente) ruim €2.5 miljoen.

De bank vordert een verklaring voor recht dat onrechtmatig is gehandeld en een schadevergoeding van €2.5 miljoen. Verder vordert de bank vernietiging van de overeenkomst tot vestiging van de hypotheek.

De rechter gaat daar in mee omdat X – en daarmee ook de BV – behoorde(n) te weten dat de zekerheid die het pandrecht op de aandelen zou bieden, werd bepaald door de waarde van het vermogen in de BV – dat werd zo goed als volledig gevormd door het landgoed.

X en de BV stellen dat door de hypotheek de waarde van het onderpand (de aandelen) niet is veranderd. Dat is volgens de Rechtbank onjuist omdat de intrinsieke waarde van de aandelen in dit geval vrijwel uitsluitend gevormd werd door de waarde van het landgoed. Als het hypotheekrecht zou zijn uitgewonnen, dan is alleen het restant van de opbrengst voor de BV. X heeft volgens de Rechtbank dan ook in strijd met de kredietovereenkomst gehandeld. Nu X enig aandeelhouder en bestuurder is van de BV én de activiteiten van X en de BV zeer nauw verweven zijn, kan de wetenschap van X over de positie van de bank en zijn verplichtingen jegens de bank volgens de Rechtbank aan de BV worden toegerekend. De BV handelde in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid die haar betaamde tegenover de bank. Door de zekerheidstelling is de waarde van het pandrecht van de bank uitgehold, enkel ten behoeve van X van wie de BV wist dat zij wanprestatie pleegde en zonder hierbij zelf enig belang te hebben. Daardoor heeft de BV zelf onrechtmatig jegens de bank gehandeld en dient zij de schade van de bank te vergoeden.

Er is volgens de Rechtbank geen sprake van afgeleide schade maar van een directe materiele aantasting van de aan de bank verleende zekerheid. Het gaat om een handeling die er op gericht is de waarde van het landgoed op de eerste plaats aan te wenden voor het verschaffen van zekerheid aan een derde, waarmee de bank in de positie is bracht van degene die pas na een eventuele verkoop uit de opbrengst van het landgoed voldaan kon worden.

In dit geval wordt de schade door de Rechtbank berekend door de waarde van het landgoed (in casu €3.5 miljoen) te verminderen met het bedrag van de vordering op grond van de tweede lening van €2.5 miljoen en te verminderen met de vordering van de bank, inmiddels opgelopen tot €2.5 miljoen. Dat resulteert in een negatief bedrag van €1.5 miljoen, dat als schade voor rekening van de bank komt. De vordering tot vernietiging van het hypotheekrecht is overigens niet gehonoreerd door de Rechtbank.

Er is appel ingesteld tegen het vonnis, en wij kijken met belangstelling uit naar de uitkomsten daarvan.

DISCLAIMER: Because of the generality of this update, the information provided herein may not be applicable in all situations and should not be acted upon without specific legal advice based on particular situations.

© Dentons | Attorney Advertising

Written by:

Dentons
Contact
more
less

Dentons on:

Reporters on Deadline

"My best business intelligence, in one easy email…"

Your first step to building a free, personalized, morning email brief covering pertinent authors and topics on JD Supra:
*By using the service, you signify your acceptance of JD Supra's Privacy Policy.
Custom Email Digest
- hide
- hide

This website uses cookies to improve user experience, track anonymous site usage, store authorization tokens and permit sharing on social media networks. By continuing to browse this website you accept the use of cookies. Click here to read more about how we use cookies.